Het verhaal van Dora

Een dikke krullenbos komt de kamer uit van de chirurg, met een blik in haar ogen alsof ze het meest toffe concert heeft bijgewoond in jaren. De opluchting straalt van haar gezicht. “Het is weg, het is echt weg, en geen uitzaaiingen in mijn oksel” roept ze luid en duidelijk de wachtkamer in. Voor we in mijn kamer zijn, hebben de andere patiënten haar hele verhaal al gehoord en nu dus de uitslag na de operatie meegekregen. Er worden wat dingen naar haar geroepen, maar ze hoort er niets meer van, zo uitgelaten is ze. In haar kielzog loopt een man mee naar binnen die mij onbewust allerlei signalen zendt die ik nog niet kan plaatsen.

Nadat ik koffie heb gehaald en we samen de nazorg en nacontrole zullen bespreken krijg ik een prachtige complimenten-regen te horen. Hoe fantastisch onze zorg is in het Flevoziekenhuis. De massage van haar voeten voorafgaand aan de operatie was zo rustgevend, de lieve verpleegkundigen op de afdeling, en nu weer op de poli. Ze kan er niet over uit, zo fijn allemaal. Ik ben blij voor haar, maar naast haar zit iemand die steeds kleiner lijkt te worden en ogenschijnlijk niet kan delen in zoveel enthousiasme.

Ze wilde eigenlijk alweer aan het werk in het verzorgingstehuis maar haar man had gezegd dat het misschien wat snel was en ze vraagt aan me wat ik daarvan vind.

“Wat levert het je op om nu aan het werk te gaan?” vraag ik haar. Mijn vraag brengt haar even uit balans en dan komt er weer een waterval aan woorden: ze kan niet gemist worden, het is al zo druk, iedereen moet al overwerken, de cliënten zullen haar missen, het gaat goed met haar, ze heeft nergens last van.

Ik stel de vraag nog een keer en laat dan een ongemakkelijk lange stilte vallen. Ze had de vraag de eerste keer ook wel goed gehoord, maar het levert haar zo’n stortvloed aan emoties op waardoor ze er overheen praat, ook voor de 2e keer. Ik stel de vraag nog een keer en dan breekt haar zo zorgvuldig opgebouwde dijk. Naast haar hoor ik een diepe zucht van opluchting maar ik besluit nog even niet zijn kant op te kijken.

“Wanneer in jouw leven was het nodig om een dijk te bouwen, zodat je je kon wapenen voor alle pijn, verdriet en boosheid die op je afkwam?” Dora zucht, ze is stil, haar hoofd is gebogen en ze frunnikt wat met haar handen die in haar schoot liggen. Ik hoor een snik, die al snel weer wordt weggeslikt. Ze verschuift wat op haar stoel en kijkt dan even in de vochtige ogen van haar man, die een geruststellende ‘toe maar’ naar haar lijkt te zenden. Na lang aarzelen vertelt ze haar verhaal.

“Twee jaar geleden was ik heel erg ziek en heb ik maanden in het ziekenhuis gelegen, waarvan lange tijd op de intensive care.” Ze is stil, in gedachten verzonken en ik zie haar teruggaan in de tijd. Ze sluit haar ogen en langzaamaan vertraagt haar hele lijf, als stilte voor de storm. Er komt een soort uitbarsting aan emoties, als een vulkaan die steeds rommelde maar het niet meer binnen kan houden.

Vol tranen vertelt ze: “Ik heb me nog nooit zo eenzaam gevoeld. Het was zo vernederend, ik moest steeds geholpen worden en kon niet praten door de tube in mijn keel. Ik vond het moeilijk om te zien dat mijn man, onze zoon en zijn vrouw en mijn 2 kleindochters zo verdrietig waren. Ik heb steeds geprobeerd ze op te vrolijken, gezegd dat het goed zou komen, net gedaan of het wel goed ging.”

“Wat mooi, dat je destijds een manier hebt gevonden om het hoofd te bieden aan zoveel emoties en het om te buigen naar zorgen voor anderen” zeg ik haar. Ze knikt. “Dan hoef je zelf even niet te voelen hoe heftig het eigenlijk allemaal was en is.” Ze knikt weer, niet in staat om iets te zeggen.

Ik wacht af en knik even opzij, dan staat hij op. Hij schuift zijn stoel aan de kant en pakt haar hand. Door haar tranen heen kijkt ze naar hem op, in ogen die alles zeggen. Hij brengt haar hand naar zijn schouder, de andere volgt vanzelf. Tijd om te voelen en te zijn, adem te halen, te troosten, elkaar…..

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.