Het verhaal van Agaath

“Nou dat kan ik gewoon echt niet!” Ze schudt driftig haar hoofd. “Dan zitten al mijn klanten in de problemen.” Ze zucht eens diep. “Ik weet ook wel dat ik keuzes moet maken, maar daar ben ik gewoon niet goed in. Ik vind alles leuk en dan kan ik gewoon niet zo goed stoppen.” “En ik wist het hè, dat ik ziek zou worden als ik zo door zou gaan. Nou is het zover en blijf ik nog doorrazen.”

Voor me zit Agaath, ondernemer met een communicatiebureau en zoveel klanten dat ze het eigenlijk al een paar jaar niet goed meer aan kan. Ze heeft haar bedrijf in de corona periode enorm zien groeien en geniet van alle opdrachten want ze is er goed in, al gaat dit soms ten koste van haar gezin en zeker van haarzelf en nu heeft ze borstkanker.

“Tegen wie kan je nou eigenlijk géén ja zeggen?” vraag ik haar en dat geeft een groot vraagteken op haar gezicht. De vraag verwart haar en lijkt haar zelfs wat boos te maken. “Ik zeg altijd ja” zegt ze resoluut. Ik laat de vraag even hangen en de stilte die volgt lijkt eindeloos te duren. Ik probeer oogcontact te maken, maar in het gezicht tegenover mij gebeurt zoveel dat ze mij bijna niet aan kan kijken.

“Hoe oud was je?” De vraag lijkt vreemd maar ze begrijpt het meteen. Ze hoeft niet na te denken over het antwoord en voor me zit een vrouw die volwassen is, maar ineens met de ogen van een kind kijkt. “Vier” zegt ze. “Ik had het gevoel dat ik er niet bij hoorde vroeger. Ik was zo anders dan mijn zusjes en dat werd steeds benadrukt binnen ons gezin ook al was het echt niet slecht thuis hoor. Ik mocht vaak niet meedoen als Daisy en Jennifer gingen spelen en later op school was dat ongeveer de ‘story of my life’. Ik heb zo hard gewerkt om erbij te horen en dat is me nu eindelijk gelukt in mijn werk.” De eerste tranen stromen voor het verdriet wat al jaren verstopt zat.

“Ik zeg geen ja tegen mezelf hé? God, mijn lijf schreeuwt het uit en ik luister gewoon niet, ik weet sowieso niet eens meer hoe dat moet. De afgelopen jaren heb ik best wel veel lichamelijke klachten gehad, maar dan ging ik gewoon even naar de fysio tot het wel weer ging of ik volgde online een ‘blauwe maandag’ een mindfulness cursus om na drie keer weer af te haken.”

“Je hoofd weet het goed te verwoorden, maar wat zegt je hart?” Alsof ik er met een speer in hebt geprikt trekt ze meteen haar harnas weer aan en begint te ratelen. Ik steek mijn hand op en maak een rits beweging voor mijn lippen. Ze is prompt stil en ik leg voorzichtig haar hand op haar hart. “Voel maar even” zeg ik. Ze zit zwijgend voor me, ongemakkelijk, haar adem lijkt te stokken en de spanning is zo voelbaar dat ik het bijna in mijn eigen hart voel. Ik zucht eens diep en duidelijk hoorbaar en langzaam merk ik dat ze met me meedoet. Ze rilt over haar hele lijf en het snot stroomt uit haar neus evenals de tranen die jarenlang opgesloten zaten. Ze laat het lopen zonder af te vegen.

“Poehee, dat was even nodig denk ik.” Ze zegt het opgelucht terwijl ze haar neus snuit en haar gezicht droogt. Als ze naar me opkijkt zie ik weer dat grote vraagteken op haar gezicht alsof ze wil zeggen: en nu? Ik gooi het over een andere boeg en stel haar een hypothetische vraag: “Op de stoel naast mij zit Agaath en ze is 89. Ze kijkt terug op haar leven. Op de mooie en minder mooie momenten, op wat ze heeft geleerd door te vallen en op te staan, wat zou ze jou als advies geven?” Er verschijnt een glimlach op haar gezicht en het antwoord laat niet lang op zich wachten. “Dat ik altijd eerst ja moet zeggen tegen mezelf, dat ik mag luisteren naar wat mijn lijf en mijn hart willen, naar wat ik wil. Zoiets als dat zuurstofmasker in het vliegtuig hé, eerst zelf op zetten, dan de rest pas helpen, maar dan hebben we nog wel wat werk te doen vrees ik” zegt ze met haar hand op haar hart. Ik knik, werk aan de winkel.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


De verificatie periode van reCAPTCHA is verlopen. Laad de pagina opnieuw.