Het verhaal van Ada

“Zo daar ben ik weer.” Ze gaat met een plof zitten en kijkt me met vriendelijke ogen aan boven haar mondkapje. Wanneer we, op ruime afstand van elkaar, aan de koffie zitten gaat ze al van start voor ik een vraag heb gesteld. Over haar werkgever die moeilijk doet en waar ze geen raad mee weet zo vlak voor haar pensioen. Over het uitzichtloze rondom Corona. Over haar man die haar maar niet lijkt te begrijpen. Ze sluit af met een schaterlach en een ‘ik red me wel’.

“Je hebt een hoop op je bordje maar schrokt het wel naar binnen geloof ik” zeg ik tegen haar. Ze knikt, snuift een keer en kijkt met een soort van trots naar me. “Tja, jong geleerd” zegt ze dan. Voor ik een nieuwe vraag kan stellen komt er een lang relaas: “Mijn ouders gingen scheiden toen ik nog een klein meisje was, mijn egoïstische moeder dacht alleen aan zichzelf, mijn zus deed alles wat God verboden had en was vooral lastig, dus ja, ze zagen me niet echt staan, moest mijn eigen boontjes doppen. Ik weet wel waardoor ik zo zelfstandig ben geworden hoor, ze kunnen mij niks meer maken.”

“Hoe oud was jij toen je besloot dat je het allemaal zelf moest oplossen?” Ze denkt even na. “Na de scheiding, jaar of elf denk ik, maar misschien ook wel eerder, want mijn ouders lagen al heel lang met elkaar in de clinch en ik rende dan altijd weg. Ging ik naar het schuurtje achter ons huis. Daar was een zoldertje waar niemand mij kon vinden.”

“Jij kan dus heel goed voor jezelf zorgen…..kan me voorstellen dat dat tijdens je behandeling best wel handig was.” Ze knikt. “Niemand heeft last van mij gehad, alles ging gewoon door.” “En als iemand wel wat voor je wilde doen?” Ze blijft heel lang stil en zegt dan “Dat vertrouw ik eigenlijk niet zo, ik vind het moeilijk om dat aan te nemen.” Wanneer ik haar vraag waar ze dan bang voor is breekt ze. Dikke tranen rollen over haar wangen, gevolgd door een intense snik. Zonder te stoppen laat ze haar tranen de vrije loop waarbij alle momenten waarop ze zich had kunnen verbinden in gedachten voorbijkomen.

Haar beste vriendin van de basisschool die ineens op de stoep stond en waar ze zich geen raad mee wist. Haar zoon die haar naar het ziekenhuis wilde brengen tijdens de chemo, ze sloeg het af met als excuus dat hij het daar toch veel te druk voor had. De buurvrouw, die met een pan soep bij het tuinhekje stond en die ze niet uitnodigde om even binnen te komen. Bang is ze, om haar kwetsbaarheid te laten zien, bang om door de mand te vallen dat ze het toch niet alleen kan. “Ik kan dat gewoon niet, die verbinding, een relatie aangaan waarbij iemand me mag helpen.”

“Volgens mij gaat het er niet om of je dat kan, je wordt er alleen heel erg bang van” zeg ik. Ze knikt en kijkt me aan alsof er een ineens een kwartje is gevallen. “Net als laten zien dat ik best wel eenzaam ben, word ik ook wel bang van.”

“Mag ik een oefening met je doen?” vraag ik haar. Ze moet er even over nadenken maar stemt dan toe. We schuiven onze stoelen tot ze recht tegenover elkaar staan zodat we met onze knieën bijna tegen elkaar aan zitten. “Het is een oefening in verbinding maken.” Ik zie een groot vraagteken op haar voorhoofd, maar ze knikt nog een keer dat het goed is. “Kijk maar naar de handen op je schoot en probeer daarna om in de poppetjes van mijn ogen te kijken. Ik weet natuurlijk wel dat je dat kan, maar voel maar eens in je lijf wat er dan gebeurt.” Ze kijkt even op en ik zie een wenkbrauw optrekken waarna ze snel weer naar haar handen kijkt. Ik hoor haar hersenen bijna kraken met de vraag waar dit goed voor is.

Na een tijdje zonder opgekeken te hebben, vraag ik haar of ze gemerkt heeft dat ze steeds sneller is gaan ademhalen. Haar gezicht verstrakt, ze kijkt nog steeds niet op maar knikt voorzichtig. Dan zucht ze een keer diep en kijkt me ineens aan, een seconde misschien, om vervolgens weg te kijken. Haar ogen gaan weer naar haar handen om na een paar seconden weer op te kijken. Ook ik merk dat mijn ademhaling versneld en voel de spanning tussen ons. Op het moment dat ik uitadem en mijn gezicht ontspant zie ik tegenover mij hetzelfde gebeuren maar dan bij een klein meisje met een intens verlangen om gezien te worden, zich verbonden te voelen. Er komen opnieuw tranen, maar nu van opluchting lijkt het wel. “Jeetje wat was dat eng” zegt ze als we de oefening afronden. Ik knik en ben het helemaal met haar eens. “Ik snapte er even niks van maar nu wel geloof ik.”

“Je bent zo gewend geraakt aan die eenzaamheid en dan is echt verbinding maken en ‘ontvangen’ ontzettend spannend en vraagt om vertrouwen, in jezelf en in de ander. Het is best moeilijk om een patroon wat je al jaren gebruikt ineens te doorbreken, je wacht op het juiste moment of tot je niet meer bang bent, maar dan kan je lang wachten. Net als olifanten die ook altijd hetzelfde pad lopen, je stampt maar door.”

“Denk als Pippi Langkous: ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan” zeg ik tegen haar wanneer we het gesprek hebben afgesloten. We lachen er samen om en dan komt weer die ‘ik red me wel’ maar nu met een vette knipoog waarbij ze me lang aankijkt….

NB. Dit verhaal is ook verschenen op de website: www.Floorzorgt.nl

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *