Het verhaal van Bregje

Het is de vierde keer dat ik haar ontmoet en steeds gaat het op dezelfde manier. Ik vraag hoe het met haar gaat en zij zegt goed. Ze moet altijd een beetje lachen als ik het vraag en somt dan een hele lijst op waar ze druk mee is geweest: de zorg voor haar moeder, een baan waarin ze momenteel veel meer uren maakt dan in haar contract, de muziekvereniging waar ze voorzitter is, de vriend die het zwaar heeft, waarvoor ze heeft gekookt en ga zo maar door.

Anderhalf jaar geleden kreeg ze borstkanker en dat heeft er flink ingehakt waardoor ze nu het gevoel heeft dat er niets meer onbezorgd kan zijn en dat is de reden dat ze bij mij komt. In de eerste drie gesprekken hebben we gekeken wie ze is, hoe ze omgaat met dingen die haar overkomen, waar haar (veer)kracht vandaan komt, hoe ze is opgevoed.

Ze komt uit een gezin van harde werkers, geen praters, er zijn voor de ander, ‘noaberschap’ noemt ze dat, volgens haar echt iets uit Drenthe. Ze kijkt trots als ze het over haar geboortegrond heeft en ik vraag haar of ze daar onbezorgd kon zijn. Wat ik dan zie een intens verlangen in haar ogen en dan gaat haar blik neer. Ze keert voor even in zichzelf, ik zie verdriet, een heimwee naar vroeger, iets wat was maar nooit meer terugkomt.

Dit gesprek is eigenlijk bedoelt om stappen te gaan zetten maar ik merk dat zij niet van plan is van haar plek te komen. Ik erger me zelfs een beetje, het is toch haar proces, waarom doet ze dan niets….en dan valt mijn kwartje….ze hoeft niets te doen want ik ben voor haar aan het werk. Daarnaast heeft zij het te druk met ‘zorgen voor de hele wereld, behalve voor haarzelf’. Ik besluit eens wat langer achterover te leunen en te kijken of ze mij ook wil helpen.

Op een blad schrijven we haar coachvraag: ‘Ik wil leren weer onbezorgd te leven’ en dan vraag ik haar of ze een idee heeft hoe ze daar komt. Na enig denkwerk komt er een prachtige opsomming maar volgens Bregje is het antwoord vooral nee leren zeggen.

“En ga je dat ook doen?” vraag ik haar. Het antwoord komt er zonder nadenken uit en was te voorspellen, nee dat gaat ze niet doen. Ze is overtuigd dat ze dat niet kan, dat ze onmisbaar is, dat ze vele verantwoordelijkheden heeft die ze toch niet zomaar kan laten vallen. Er volgt een harde schaterlach en we zijn weer terug bij af wanneer ze vraagt of ik nog meer opties heb.

“Wie stel jij teleur als je voor jezelf gaat zorgen?” De vraag komt eruit voor ik er goed en wel over heb nagedacht, maar ik zie dat ik een hele gevoelige snaar heb geraakt. Ineens zit er een klein meisje tegenover me, vol vooroordelen over zichzelf, die ongelofelijk hard haar best doet om te voldoen aan de eisen van haar moeder, die nog steeds wacht op goedkeuring. Haar moeder is haar alles, ze wil graag in haar voetsporen treden, maar het lukt haar maar niet omdat ze zelf de lat steeds hoger legt.

Wat volgt is een prachtig gesprek over familiebanden, over teleurstellingen en over goed zorgen voor jezelf omdat je daarna pas goed kan zorgen voor een ander. Voor Bregje betekent onbezorgd leven zorgen voor een ander, maar door de beperkingen die ze heeft overgehouden na haar ziekteproces en de manier waarop ze heeft geleerd te zorgen is het ‘onbezorgde’ er af. Onbezorgd betekent voor Bregje ook zonder angst leven. Angst om het niet goed te doen, angst om afgewezen te worden, om niet bij de gemeenschap te horen. “Ik heb het gevoel dat ik vandaag echt een stapje heb gezet en dat voelt eng maar ook wel bevrijdend merk ik” zegt Bregje.

En ik? Ik besluit om ‘een stapje terug te doen’ zodat Bregje ruimte gaat krijgen nog een stapje te zetten.

NB. Dit verhaal is ook verschenen op de website: www.Floorzorgt.nl

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.