Het verhaal van Julia

Ze kijkt naar de poppetjes die op de tafel staan en dan volgt er een diepe zucht. Ze pakt één van de poppetjes op en geeft aan dat die haar moeder mag vertegenwoordigen. Een ander poppetje representeert haar vader en ze pakt een kleiner poppetje voor zichzelf*. Ze zet vader en moeder met de rug naar elkaar toe en krult het kleine poppetje op en legt het op de zijkant op de rand van de tafel. Je kunt een spelt horen vallen en ik wacht, lang….wanneer de tranen komen zijn ze niet meer te stoppen. De zes overgebleven poppetjes staan in een groepje bij elkaar en kijken ernaar….

Voor me zit Julia die bijna twee jaar geleden te maken kreeg met kanker. Ze is redelijk goed door de behandeling met chemotherapie, operatie en bestraling heen gekomen en dacht zelf dat ze er wel weer was, maar nu ze meer wil gaan werken loopt ze vast. We hebben twee keer een gesprek gehad waarbij we gekeken hebben naar wie ze is, wat haar bezig houdt en hoe ze omgaat met stressvolle situaties.

“Het werkt gewoon niet meer” vertelt ze. “Ik ben lekker nuchter en ach weet je, janken helpt niet, heb geleerd om gewoon door te gaan, kiezen op elkaar, niet lullen maar poetsen.”

Haar Amsterdamse accent verraad waar ze vandaan komt en ik zie haar zitten, driehoog achter en bij shit graag je eigen boontjes doppen. Ze oogt hard, klets de oren van je hoofd maar doordringen tot de kern…. daar moet je een flinke notenkraker voor meenemen. Ik zie een enorm verzet tegen emoties wanneer er iets gebeurt waar ze geen invloed op heeft. 

“Wat gebeurt er met jou als je het gevoel hebt dat je in een hoek wordt gedrukt, als er weinig keuzes zijn?” vraag ik haar. Ze denkt even na en zegt dan “Dan ga ik uit, ik blokkeer, bevries, ben er even niet….en daarna ga ik gewoon heel hard mijn best doen, maar ja, daar heb ik nu dus geen energie voor.”

Ineens valt haar kwartje en ziet ze het patroon. Toen haar ouders gingen scheiden werkte deze tactiek, tijdens de behandeling voor kanker ook, maar bij terugkeer van haar werk niet meer, want ze is moe. Moe van het strijden, de schijn ophouden, het gevecht met zichzelf, het verzetten tegen haar emoties.

We kijken naar het tafereeltje op de tafel. Op de rand ligt een klein meisje op haar zij. “Welke gevoelens moest je daar onderdrukken?” vraag ik haar. Ze kan het bijna niet onder woorden brengen en verslikt zich in haar tranen. Het gevoel is zo sterk, zo eenzaam. Wanneer ik haar vraag wat ze toen nodig had komt het antwoord makkelijker. “Ik mis de knuffel, iemand die zegt dat ik best mag huilen en die even naar me wil luisteren, maar ja, mijn moeder is er niet meer en gedane zaken nemen geen keer…”

“Soms helpt het om dat kleine meisje een plekje te geven, zou jij haar (als volwassene) kunnen geven wat ze zo nodig heeft?” Ze kijkt me door lange natte wimpers aan. Het is een idee wat nog nooit bij haar is opgekomen en het is weer even muisstil in de ruimte. “Ik laat haar steeds wachten op de gang” zegt ze dan. Ik schrik een beetje van haar antwoord en voel gewoon het verdriet. “Wat zou je kunnen doen om haar toe te laten?”

Dan volgt er een schaterlach en Julia zegt “ik zet de deur wel op een kier, maar ze mag nog niet op schoot hoor!” Terwijl ze het zegt kijkt ze naar haar schoot en legt ze er twee vuisten op, haar ogen naar beneden gericht.

“Kijk maar even naar haar” zeg ik en dan komen ze weer, de tranen, want wat is het moeilijk om te kijken naar dat verdrietige kleine meisje dat daar in de deuropening staat te wachten op goedkeuring, op liefde, op geliefd zijn. Weer is het stil en dan breekt het verzet en ook ik ben licht ontroerd. Het is zo mooi als dingen op zijn plek vallen, een systeem wordt hersteld, ook al is het nog maar pril.

Veel patiënten zullen het herkennen. Het verzet tegen emoties, heel hard je best gaan doen, vooral gaan zorgen voor de ander en minder goed voor jezelf, boos worden om niks, angstig zijn terwijl er eigenlijk geen direct gevaar meer is want je behandeling is klaar en zo kan ik nog wel even doorgaan. Ook jij hebt je eigen voorkeur, drijfveren en aannames die boven komen als je in het nauw gedreven voelen, als er geen keuze lijkt te zijn. In mijn boek (‘Leren lopen op je handen, als ziek zijn je leven op z’n kop zet’) krijg je hier mooie handvatten voor met o.a. de oefening van je ‘drivers’.

*Een familieopstelling, of in dit geval een tafelopstelling geeft snel inzicht in verhoudingen binnen een gezin en (onbewuste) patronen die je hebt ontwikkeld tijdens een periode in je leven zonder daar een oordeel over te vellen. Door het ‘systeem’ waar je uitkomt te herstellen leer je open te staan voor je gevoelens en geef je jezelf ruimte voor persoonlijke groei en om beter te communiceren. Zo ontstaat er ruimte waar eerst geen invloed leek te zijn.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.